Menu

Alles rondom het vaccineren van je kat

Leestijd: 6 minuten

Het is gelukkig heel vanzelfsprekend: je neemt een kitten in huis en je laat het beestje inenten, want je wilt het een goede start geven en zo goed mogelijk beschermen. Het schattige bolletje wol groeit binnen een jaar uit tot een volwassen kat, en dan breekt het moment aan waarop het minder vanzelfsprekend wordt om je kat te laten vaccineren. Toch is het belangrijk om dit te blijven doen.

1. Waarom een kat vaccineren?

In een kattenpopulatie werkt het als volgt: hoe meer dieren gevaccineerd zijn, hoe kleiner de kans dat vervelende virussen de kop opsteken en zich uitbreiden. Een inenting zorgt ervoor dat de kat zelf antistoffen opbouwt tegen de ziekteverwekker. Een vaccinatie wordt meestal toegediend per injectie en bevat een dode of verzwakte ziekteverwekker. Zodra deze in het lichaam van je kat komt, zal het lichaam de ziekteverwekker proberen te bestrijden door antistoffen aan te maken.

Komt je kat daarna in aanraking met een echte, levende ziekteverwekker, dan herkent het afweersysteem dit en kan snel reageren. Er zijn al antistoffen aanwezig en er worden extra antistoffen aangemaakt om de ziekteverwekker meteen uit te schakelen. Ook een binnenkat heeft hier baat bij. Zij kunnen evengoed besmet worden met virussen, bijvoorbeeld via de eigenaar of visite.

2. Hoe vaak vaccineren?

Tussen de negen en vijftien weken oud is een kat in staat om zelf weerstand op te bouwen. Het vaccineren van je kat helpt daarbij. Het vaccineren moet herhaald worden om de opgebouwde weerstand vervolgens in stand te houden. Bespreek met je dierenarts wanneer je kat zijn vaccinaties nodig heeft.

overgewicht kat

3. Welke vaccinaties?

Afhankelijk van de leefomstandigheden van je kat zal deze een aantal basisvaccinaties krijgen, en eventuele bijkomende vaccinaties. De basisvaccinaties zijn die tegen Kattenziekte, Feline herpesvirus en Feline calicivirus.

Kattenziekte

Een ernstige en vaak dodelijke ziekte. Het virus is met een simpele test aan te tonen in de ontlasting van zieke dieren. Omdat het virus zeer hardnekkig is, is het belangrijk om deze test uit te voeren bij dieren met klachten die kunnen passen bij kattenziekte.

Feline herpesvirus

Als een kat besmet is met dit virus, merk je griepachtige verschijnselen op als vieze ogen, neusuitvloeiing, niezen en ontsteking in de bek. De symptomen zullen weggaan, maar het virus blijft sluimeren in het lichaam. Dit virus leidt uiteindelijk tot de niesziekte.

Feline calicivirus

Net zoals het feline herpesvirus, leidt het calicivirus tot niesziekte. Dit gaat vaak gepaard met zweervorming in de bek.

4. Bijkomende inentingen

Afhankelijk van de leefomstandigheden van je kat kunnen vaccinaties tegen Feline leukemie Chlamydophila felis, Bordetella bronchiseptica en rabiës gegeven worden.

Feline leukemie virus

Dit virus verspreidt zich via het speeksel van de kat. Katten kunnen hiermee besmet raken wanneer ze elkaar wassen, etensbakjes delen of gebeten worden door een besmette kat.

Chlamydophila felis

Een bacteriële infectie die oogbindvliesontsteking en ontsteking van de luchtwegen veroorzaakt. Vooral jonge kittens zijn hier gevoelig voor.

Bordetella bronchiseptica

Een bacteriële infectie kan leiden tot luchtwegproblemen die zich uiten als hoesten en een longontsteking. Deze bacterie is ook een veroorzaker van kennelhoest bij de hond.

Rabiës (hondsdolheid)

Een rabiësvaccinatie is verplicht voor dieren die meegaan naar het buitenland. Informeer hier tijdig naar bij je dierenarts.

5. Kosten en vergoedingen

Bij Petplan worden vaccinaties (deels) vergoed. Het Totaal Pakket dekt jaarlijks tot €60,- van deze kosten.

6. Vaccinatieschema kat

De kitten moet tussen de leeftijd van 9 en 16 weken ten minste twee keer gevaccineerd worden tegen kattenziekte en niesziekte. De eerste vaccinatie wordt gegeven tussen 9 en 12 weken. De tweede vaccinatie komt 3 tot 4 weken daarna.

Het advies was altijd om een kat elk jaar opnieuw te laten vaccineren. Uit nieuw onderzoek is echter gebleken dat kattenvaccins veel langer werkzaam zijn, tot zo’n drie jaar. Bespreek daarom vooral met je dierenarts hoe vaak je kat ingeënt moet worden, en stel samen een vaccinatieschema op.

Andere interessante artikelen voor jou