Vieze Neus Bij De Kat  Timthumb

Vieze neus bij de kat

Bij een kat kunnen verschillende soorten neusuitvloeiing voorkomen. Het kan om een beetje helder waterig vocht gaan of om slijm of pus. Soms kan er bloed bijgemengd zijn of is er sprake van een echte bloedneus. Het aspect van de vloeistof kan in de loop van een ziekteproces van de ene in de andere vorm overgaan. De irritatie in of aan de neus maakt dat uw kat vaker niest en er verkouden uitziet. Dan poetst uw kat de neus met de pootjes vaker schoon.

Oorzaken van neusuitvloeiing
Een veel voorkomende oorzaak van neusuitvloeiing is een infectie met het niesziektevirus. Bij een dergelijke infectie voelt de kat zich ook vaak ziek, wil slecht eten en heeft koorts. Een ingeademde grasspriet, zeker wanneer deze wat langer aanwezig is, veroorzaakt ook een ontsteking van het slijmvlies. U ziet in dat geval neusuitvloeiing met pus en in het begin niest de kat veel. Wanneer er bloed bijgemengd is wijst dat op diepere schade van het neusslijmvlies. Dat kan optreden in het geval van ontsteking maar er kan ook in de neus een gezwel groeien. In een enkel geval is bij de kat een probleem met de bloedstolling de oorzaak van bloedneuzen.

Wat wil de dierenarts van u weten?
De verschijnselen van problemen in de neus die u aan de buitenkant waarneemt, lijken nogal op elkaar. Om onderscheid te maken tussen de verschillende oorzaken zal de dierenarts u vragen naar de algemene gezondheid van uw kat. Katten met niesziekte niezen en snotteren en voelen zich flink ziek. Niesziekte is besmettelijk en daarom zal uw dierenarts bij vermoeden van niesziekte bij voorkeur een aparte afspraak plannen.
Een ingeademd vreemd voorwerp zoals een grasspriet geeft vaak acute problemen. De verschijnselen van een gezwel in de neus ontstaan geleidelijk. Belangrijk is dat u kunt vertellen wat het type neusuitvloeiing is en vooral uit welk neusgat het komt. Als het gaat om problemen met één van de neusgaten ligt daar waarschijnlijk ook de oorzaak. Stollingsproblemen leiden meestal tot een bloedneus aan beide zijden.

Uitwendig onderzoek
Eerst voert de dierenarts een algemeen lichamelijk onderzoek uit. Dit is om vast te stellen of er naast het probleem in de neus misschien ook nog andere problemen spelen. Het onderzoek van de neus begint aan de buitenkant. De dierenarts tast de neusgangen af. In een enkel geval leidt ontsteking of tumor in de neus ook tot veranderingen aan de neusrug. Op de haren rond de neusgaten wordt de neusuitvloeiing bestudeerd en het aspect van de neusspiegel. Heel belangrijk is de beoordeling van de luchtpassage door de neus. Als de neusgangen goed passabel zijn kan de luchtstroom uit de neusgaten een watje in beweging brengen. Is de luchtstroom in een van de neusgangen afwezig, wijst dit op een afsluiting van die neusgang.

Inwendig onderzoek
Het grootste deel van de neus is de binnenkant. Dit is voor het lichamelijk onderzoek niet toegankelijk. Daarom is vaak aanvullend onderzoek nodig. Bij een rhinoscopie wordt onder anesthesie in de neus gekeken. Hierbij worden vaak biopten genomen voor microscopisch onderzoek en materiaal verzameld voor bacterie- of schimmelkweek. Een röntgenfoto, of CT- en MRI- scan kan uitwijzen of er een gezwel aanwezig is.