Kater Castreren Ja Of Nee  Timthumb

Kater castreren ja of nee?

Vaak krijgen we bij Petplan de vraag of we castratie (en sterilisatie) vergoeden. Dat doen we niet. Een verzekering is namelijk bedoeld voor onverwachte zaken. En meestal is een castratie (en sterilisatie) een operatie die door de eigenaren zorgvuldig wordt afgewogen en beslist. In de onderstaande blog van Paul Overgaauw lees je waarom je als eigenaar van een kater zou kunnen beslissen om je kater te laten castreren.

Ongecastreerde kater-perikelen
In het voorjaar lees je vaker oproepen over vermiste katten. Meestal gaat het dan om ongecastreerde katers. Juist in het voorjaar zien we deze dieren, gedreven door geslachtshormonen, dagen en nachten in de buurt rondscharrelen. Vaak urineren ze in de tuin en tegen tuindeuren en laten dan een zeer penetrerende katerlucht achter. Deze geur prikkelt andere katers weer om er overheen te sproeien. Kortom: geen frisse boel!

Verder vechten ongecastreerde katers veel vaker met andere (zwerf)katten en zijn vaker slachtoffer in het verkeer door hun zwerfgedrag. Door dit laatste kunnen ze ook de weg naar huis kwijtraken.

Wanneer niet castreren?
Er is maar één reden om katers zeker niet te castreren, namelijk als het een fokkater betreft. In het belang van de kater, de eigenaar en de buren wordt daarom vaak geadviseerd om katers op een leeftijd van 4 tot 6 maanden te laten castreren.

Hoe verloopt een castratie bij een kater?
De ingreep is relatief eenvoudig en gebeurt onder een lichte narcose. De zaadstrengen worden verdoofd en na een klein sneetje worden de testikels verwijderd. De wond wordt open gelaten, zodat eventueel wondvocht, dat snel kan ontstaan in dat gebied, niet gaat ophopen. De kat houdt de wond door likken schoon en masseert eventueel wondvocht weg.

Gevolgen van de castratie voor de kater
 Veranderende stofwisseling – Na de ingreep is de kater nog niet direct steriel. Er kunnen nog drie weken levende spermacellen achterblijven. Verder zal niet alleen het gedrag veranderen, maar ook de stofwisseling. Daardoor hebben de dieren minder voeding nodig en dit betekent dat het dier in gewicht gaat toenemen. Daarom wordt geadviseerd om na de operatie de hoeveelheid voeding met gemiddeld 20% omlaag te brengen en de dieren regelmatig te wegen.
 Niet meer kunnen voortplanten – Het belangrijkste effect van castratie is natuurlijk dat de dieren zich niet meer kunnen voortplanten. Dit is vooral van belang voor het beheersen van het overschot van zwerfkatten. Daarvan hebben we er al te veel in Nederland.
 Niet meer sproeien – Een niet-gecastreerde kater gaat, als deze geslachtsrijp wordt, vaak in huis gaat plassen. Dit wordt ook wel sproeien genoemd en is een vorm van territoriumgedrag. De urinelucht verdwijnt meestal niet, omdat het dier steeds weer op die plekken zijn urine zal achterlaten. Het risico hierop wordt gelukkig kleiner door castratie.
 Minder agressief – Verder zullen dieren na castratie minder agressief worden naar andere katten, minder gaan zwerven en vechten. Daarmee wordt voorkomen dat er verwondingen en vechtabcessen ontstaan. Door contact met speeksel en urine tijdens vechten lopen katten een risico op besmetting met het dodelijke katten-aids of kattenleukemie. Ook dat wordt door castratie tegengegaan.

Succes met uw beslissing.

Paul Overgaauw