Huidschimmelinfectie

Huidschimmelinfecties bij de kat

Huidschimmels kunnen zich in huid en vacht van verschillende diersoorten ontwikkelen, zoals hond, kat, konijn, cavia, paard en rund en daarbij huidbeschadigingen veroorzaken. De aandoening wordt ook wel ringworm of dermatofytie genoemd. Bij de kat is het één van de meest besmettelijke huidaandoeningen. Kittens en oudere dieren hebben minder weerstand en lopen een groter infectierisico. Drachtige en lacterende poezen kunnen een schimmelinfectie bij zich dragen zonder symptomen te vertonen maar deze wel overdragen op hun nakomelingen. Bepaalde rassen lijken gevoeliger te zijn voor infectie, zoals de Perzische kat. Ook kunnen sommige families gevoeliger voor de infectie zijn door erfelijke oorzaken. Daarnaast kan elke aandoening die de weerstand van een dier of de huid vermindert ervoor zorgen dat het dier gevoeliger wordt voor huidschimmelinfectie. Voorbeelden zijn een (vlooien)allergie of parasieten zoals vlooien, teken en vachtmijt.

Een warme en vochtige omgeving is ideaal voor een huidschimmelinfectie. Katten in catteries, dieren die buiten leven of samenleven met andere katten en zwerfdieren lopen een groter risico op een parasitaire infectie. Door overbevolking kan door stress weerstandsvermindering optreden, terwijl de verspreiding van infecties natuurlijk toeneemt als veel dieren bij elkaar zitten. Ook lopen dieren die regelmatig met andere dieren in contact komen, bijvoorbeeld op shows, een groter risico.

Kenmerkende symptomen bij een schimmelinfectie zijn kale plekken, vooral op de kop, oren en voorpoten. Er is meestal geen jeuk, maar sommige dieren (vooral volwassen katten) kunnen dit wel vertonen. Ook kan de huid gaan ontsteken of er ontstaan overal kleine korstjes. Bij verdenking op huidschimmelinfectie onderzoekt de dierenarts de huid en vacht met een blauwe ultraviolette lamp. Besmette haren kunnen dan fluorescerend-geelgroen oplichten en zo aangetoond worden. Een ander bruikbare diagnostiek is onderzoek van de haren van huidafkrabsels onder de microscoop, maar een schimmelkweek is nog altijd de meest betrouwbare methode.

In de meeste gevallen geneest de aandoening weer vanzelf. Toch is het verstandig een behandeling te starten om de infectieduur te verkorten en daarmee het risico op verspreiding van besmet materiaal, bestaande uit haren bedekt met schimmelsporen, in de omgeving te beperken. Dit kan bij de juiste temperatuur en vochtigheid tot wel anderhalf jaar daar aanwezig blijven. Geïnfecteerde dieren (met of zonder symptomen) en een besmette omgeving vormen samen een langdurige infectiebron voor andere dieren, maar soms ook de mens. Een dier met een huidschimmelinfectie kan namelijk de eigenaar besmetten, vooral op plaatsen waarmee in contact wordt gekomen met het dier. Meestal is dit het gezicht (knuffelen), de handen en onderarmen. Bij de mens zien we dan een duidelijke ronde, rode en jeukende  plek op de huid met een schilferige rand (ringworm).

Het ingeven van medicijnen tegen huidschimmel zorgt voor een snelle bestrijding van de infectie van binnenuit, terwijl uitwendige (was)middelen nodig zijn om het risico van overdracht en omgevingsbesmetting te verminderen. De preventie is vooral gericht op het voorkomen dat besmette dieren binnenkomen in asielen en catteries met daarnaast toepassing van de juiste reiniging en desinfectie van de omgeving.

Paul Overgaauw
Specialist Veterinaire Microbiologie KNMvD, Dipl. ACVM, SMBWO erkend parasitoloog