Pijnstillers

Het gebruik van pijnstillers bij huisdieren

Dieren vertonen gewoonlijk niet vaak pijn. Bij prooidieren, zoals het konijn, kan het aanleiding zijn om in de natuur eerder gepakt te worden door roofdieren. Maar ook bij roofdieren, zoals hond en kat, kan het laten zien van pijn leiden tot verlies van een plek in de rangorde met soms verstoting uit de roedel.

Pijn kan een waarschuwende rol spelen, zodat een dier bijvoorbeeld geen tweede keer tegen het schrik- of prikkeldraad aan zal lopen. Maar in veel gevallen is pijn een gevolg van een verwonding of ontsteking. Het kan dus tegengegaan worden als de oorzaak ervan door medisch ingrijpen bestreden kan worden.

Pijn bij huisdieren heeft in het verleden regelmatig geleid tot welzijnsproblemen. Veel dierenartsen en eigenaren meenden namelijk dat dieren minder pijn hadden dan de mens en toepassing van pijnstillers was daarom helaas niet of weinig gebruikelijk. Dat is tegenwoordig wel anders en we weten dat pijnstilling na een operatieve ingreep of andere verwonding leidt tot sneller herstel. Dit is ook aangetoond bij grotere dieren, zoals varkens en koeien. Dieren met pijn hebben soms problemen als slaapstoornissen, minder eetlust, agressief gedrag, een veranderde ademhaling en doorbloeding van organen en lichaam. Er kunnen zelfs hartstoornissen optreden.

Soms ziet een eigenaar dat hun huisdier een afwijkend gedrag vertoont als gevolg van pijn. Bij een jonge hond die langzaam een ander loopgedrag ontwikkelt om groeipijn in botten en/of gewrichten te ontzien zal dit echter minder snel opvallen dan bij een dier met acuut optredende hevige pijn. Vanzelfsprekend wil de eigenaar dat de pijn zo snel mogelijk verholpen wordt. Het beste is in dat geval om eerst naar de dierenarts te gaan, die kan om vast te stellen waar de pijn vandaan komt. Dan kan beoordeeld worden of de oorzaak behandeld kan worden en op welke wijze. De behandeling van de pijn daarnaast is natuurlijk niet meer dan een zogenaamde symptoombestrijding, maar uit oogpunt van welzijn alvast noodzakelijk.

Er zijn meerdere groepen pijnstillers. In de diergeneeskunde wordt worden NSAID’s (niet-steroïde ontstekingsremmers) veel gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn ketoprofen, firocoxib, carprofen en meloxicam. Deze pijnstillers remmen vooral het ontstaan van de pijnprikkel en niet het doorgeven ervan door de zenuw. Ze worden daarom ingezet bij spier- en botpijnen en bij de mens bij hoofdpijn. Een andere groep pijnstillers zijn de opiaten, zoals methadon, morfine en codeïne. Het zijn krachtiger pijnstillers dan de NSAID’s met minder bijwerkingen, maar met een kortere werkingsduur. NSAID’s en opiaten worden in de praktijk vaak in combinatie gebruikt.

Paracetamol kan na toediening bij de hond, maar vooral bij de kat, leiden tot giftige restproducten die ernstige bijwerkingen kunnen veroorzaken. Hierbij kan zelfs sterfte optreden. Het advies is daarom om altijd alleen pijnstillers op voorschrift van de dierenarts te geven en nooit zelf iets uit het medicijnkastje te proberen.

Paul Overgaauw
Specialist Veterinaire Microbiologie KNMvD, Dipl. ACVM, SMBWO erkend parasitoloog