Gedragsprobleem Bij Poes  Timthumb

Gedragsprobleem bij poes

Mevrouw Smit was naar mij doorgestuurd door de dierenarts en stond eigenlijk op het punt haar poezen te herplaatsen, zo vertelde ze me in tranen. Ze had twee schatten van kattenzusjes, Woezel en Pip genaamd, die inmiddels 6 jaar oud waren en vanaf hun kittentijd bij het gezin Smit woonden. Sinds ongeveer een jaar was er echter een groot probleem in huize Smit. Beide poezen sproeiden in huis en wat begon met eens in de paar weken een sproeiplek, was inmiddels uitgegroeid tot meermaals per dag op tientallen plaatsen in huis sproeien.

Het sproeien in huis was begonnen in de zomer, enige weken na de geboorte van de baby en een maand na de verhuizing naar een ander huis en mevrouw Smit dacht zelf dat het sproeien verband hield met de geboorte van de baby, want de katten waren al meermaals verhuisd en dit had nooit problemen gegeven.

Vrienden, familie en ieder ander die ze over het probleem vertelde was dezelfde mening toegedaan: de baby was de reden dat de katten waren gaan sproeien. Mogelijk zouden de katten jaloers zijn en het gezin Smit kon het beste de katten herplaatsen. Niet verwonderlijk dat mevrouw Smit in tranen was. Ze hield zielsveel van haar katten en kon het niet over haar hart verkrijgen de katten weg te doen, maar ja dat sproeien dat was echt geen doen meer en ook erg onhygiënisch met een rondkruipende peuter in huis. Mevrouw Smit had daarom besloten het advies van haar dierenarts op te volgen en een gedragsconsult aan huis met mij af te spreken. “Ik wil echt het idee hebben dat ik alles geprobeerd heb”, gaf ze aan: “Ik heb Woezel en Pip al hun hele leven en het zijn zulke schatten, maar ik weet echt niet meer wat te doen!”

Toen mevrouw Smit me binnen liet, haar dochtertje meedragend op een heup, zag ik al meteen de twee poezenzussen liggen op een stoel in de serre, die grensde aan de woonkamer. Woezel een wat stoerdere dame met vier witte voetjes en Pip een parmantig, sierlijk poesje dat heel veel gelijkenis met de kat uit de Felix reclame vertoonde. Languit gestrekt lagen ze beide in de zon, zich absoluut niet bewust van het feit dat dit consult van mij allesbepalend zou kunnen zijn voor hun toekomst in dit huis.

Mevrouw Smit zette haar dochtertje op de grond in de serre tussen haar speelgoed en tot mijn verbazing sprongen beide poezen op, liepen naar haar dochtertje en begonnen haar kopjes te geven. Haar dochtertje kraaide het uit van plezier, terwijl de katten luid spinnend om haar heen draaiden. Geen stresssignaal te zien bij beide poezen en totaal geen angst voor de jongste bewoner in huis. Bepaald niet het gedrag dat je zou verwachten van katten, die moeite hebben met de aanwezigheid van een kindje. Zou het kunnen dat de komst van de baby helemaal niet het probleem was voor de katten?

Nieuwsgierig vroeg ik mevrouw Smit zo veel mogelijk te vertellen over het probleem en hoe het ooit begonnen was in de hoop zo te achterhalen waarom de poezen in huis sproeiden. Mevrouw Smit vertelde dat ze een jaar geleden op mooie zomerdagen de baby in de kinderwagen dagelijks een uurtje in de tuin had staan en dat het haar na een aantal dagen opviel dat de kinderwagen als deze binnen in de serre stond naar kattenpis rook. Na verloop van tijd kwamen er meer plekken in de serre bij waar ze beide zussen zag sproeien en ook in een ander deel van de kamer bij een laag raam met zicht op de tuin werd nu veelvuldig gesproeid. Terwijl mevrouw Smit me de verschillende plasplekken liet zien en vertelde wat ze allemaal al geprobeerd had, zag ik opeens een grote grijze kat volkomen op zijn gemak door de tuin van mevrouw Smit lopen en vervolgens vlak voor het raam van de serre plaatsnemen. Het was duidelijk dat hij zich helemaal thuis voelde. De twee zusjes daarentegen reageerden onmiddellijk en begonnen onrustig op en neer te wandelen achter het glas en maakten zich groot in een poging deze indringer te verjagen. Ik vroeg aan mevrouw Smit of ze de kat kende, die zo vol zelfvertrouwen in de tuin zat. “Ja hoor”, zei mevrouw Smit, “dat is Boris, de kater van mensen verderop in de straat. Zij woonden in dit huis voor wij er in kwamen wonen en hij lijkt nog steeds te denken dat dit zijn huis is en komt dagelijks langs. Vorige zomer ging hij zelfs vaak, als hij de kans kreeg, in de mand onder de kinderwagen liggen slapen”.

Wat een opluchting bij mevrouw Smit toen ik haar vertelde dat de buurkat in het territorium van Woezel en Pip de werkelijke reden was voor de stress en het sproeien van haar twee poezen. Toen mevrouw Smit eenmaal maatregelen had genomen om Boris uit de tuin te houden was het sproeien binnen een paar weken gestopt. Een hele opluchting voor mevrouw Smit en haar gezin.

Gelukkig voor hen is een gedragsprobleem niet altijd wat het lijkt!

Maggie Ruitenberg, kattengedragsdeskundige