Erfelijke Afwijkingen Kat

Erfelijke afwijkingen bij de kat

Dieren kunnen ziek worden door infecties of verwondingen. Daarnaast kunnen er erfelijke afwijkingen aanwezig zijn die ontstaan zijn door ziektes van de vorige generatie(s). Meestal merk je daar niets van, maar soms kan een bepaalde erfelijke aanleg de oorzaak zijn van ziekte of een verhoogde gevoeligheid voor bepaalde aandoeningen zoals tumoren.

Erfelijke afwijkingen bij mens en dier staan steeds meer in de belangstelling. Met DNA-onderzoek is het vaker mogelijk om dragers van afwijkingen al vroeg op te sporen. Dan kan tijdig besloten worden om met bepaalde dieren niet verder te fokken. Erfelijke afwijkingen worden namelijk vaker gezien bij fok- of rasdieren omdat daar vaak een klein aantal populaire dieren wordt gebruikt om mee te fokken. Daardoor raken dieren na een aantal generaties sterk met elkaar verwant, wat inteelt wordt genoemd. Deze dieren hebben een verminderde weerstand en vruchtbaarheid.

Enkele belangrijke erfelijke afwijkingen zijn:

Polycystic Kidney Disease (PKD)
Bij katten die lijden aan Polycystic Kidney Disease (PKD) zijn er in de nieren meerdere met vocht gevulde holtes aanwezig van enkele millimeters tot centimeters. Het nierweefsel verdwijnt langzaam waardoor er chronisch nierfalen ontstaat. De symptomen bestaan onder andere uit veel drinken en plassen, vermageren, braken en verminderde eetlust. De eerste klachten kunnen vanaf een leeftijd van 4 jaar optreden, maar gemiddeld rond de 6-7 jaar. PKD komt het meest voor bij de Perzische kat en exotics, maar ook bij de Brits korthaar, de heilige Birmaan en de ragdoll. Met echografie is de diagnose van PKD al vanaf een half jaar leeftijd te stellen en er is ook een DNA-test beschikbaar.

Hypertrofische Cardiomyopathie (HCM)
Bij HCM zijn de spieren van het hart in dikte toegenomen waardoor het hart zich na verloop van tijd niet meer goed kan vullen en bloed rondpompen. Dit leidt tot vochtophoping in de longen en in de borstkas. Een dier kan hieraan plotseling overlijden, maar meestal zijn er vooraf verschijnselen waaraan de dierenarts de ziekte kan herkennen, zoals benauwdheid, een snellere ademhaling, afnemende eetlust en soms verlamming van de achterhand. De methode om HCM aan te tonen is het maken van een echo. Met medicijnen kan de aandoening worden behandeld, waardoor de kat langer kan leven.

Progressieve retina atrofie (PRA)
Dit wordt ook nachtblindheid genoemd omdat de functie van het netvlies (het gezichtsvermogen) vermindert. PRA komt bij veel kattenrassen voor en kan op jonge of latere leeftijd blindheid veroorzaken. Het wordt vastgesteld met een oogtest.

Knieschijfproblemen
Bij sommige rassen kan de knieschijf (patella) makkelijk uit de groeve van het bovenbeen schuiven, meestal naar de binnenzijde toe. Dit wordt patella luxatie genoemd en behandeling is vaak nodig omdat het dier dan door het achterbeen zakt en deze niet goed kan belasten. Soms schiet de knieschijf weer spontaan terug en de kat gaat de betreffende poot zodanig naar buiten of binnen draaien om het eraf glijden te voorkomen.

Doofheid bij witte katten
Doofheid komt vooral voor bij katten met een witte vacht en blauwe ogen. Een dove kat kan gevaar opleveren in het verkeer of verwondingen toebrengen wanneer ze schrikken van een plotselinge benadering. Met een gehoortest kan een dove kat opgespoord worden.